• Annelies Randag

Zweesus

Bijgewerkt: 24 apr 2018

Als je partner is overleden ben je weduwe of weduwnaar. Als je beide ouders zijn overleden ben je wees. Als je ouders en je zus (of broer) zijn overleden en jij bent als enige over. Wat ben je dan?


Alleen over


Zelf ben Ik ben ik als enige over van ons gezin. Dat voelt soms ook alleen. Ook al heb ik een eigen gezin, familie en vrienden. Het is alsof ik meer op mijzelf sta. Ik heb geen ouders meer boven mij, maar ook niet meer een zus naast mij. Als ik het metaforisch omschrijf mis ik zowel het dak als een belangrijke draagmuur. (Harrie Jekkers omschreef het mooi met de woorden: "Het dak is een beetje van je leven af als je ouders allebei dood zijn. En dan regent het een beetje naar binnen." ).


Ontheemd


Na het overlijden van mijn ouders en mijn zusje voelde ik mij een tijdlang ontheemd. De grond onder mijn voeten leek instabiel. Het was eerder alsof ik mij op zee bevond, op een eiland dat steeds verder wegdreef van de mensen en het leven op het vaste land. De angst voor nog meer verlies beheerste mijn leven. Ik vond het lastig om mij te verbinden met het leven en de mensen om mij heen.


Gelukkig hervond ik mijzelf en de vaste grond onder mijn voeten. Mijn huis is enigszins beschadigd maar in de kern is het intact gebleven. Het regent of en toe binnen en soms moet ik even ergens schuilen als het natuurgeweld te heftig is. Maar ook de zon is weer volop aanwezig in mijn leven, al zou ik de stralen graag met mijn ouders en zusje hebben willen delen.


Zolder en kelder


Zowel de zolderkamer als de kelder zijn gevuld met herinneringen. Soms ga ik er kijken. Dwalen mijn gedachten af naar toen en daar. Schrik ik van de laag stof die een sluier legt over mijn herinneringen. Alsof ik het beeld niet meer scherp krijg. De stemmen niet meer goed kan horen.


Ik koester alles wat ik heb bewaard. De mooie en minder mooie dingen. Er zijn dagen waarop ik naar zolder ga om iets van boven mee te nemen naar beneden. Op andere dagen zoek ik iets in de kelder; iets waarvan ik niet zeker weet of het er nog is. Soms vind ik iets en geef ik het een plekje in het hart van mijn huis.


Ik heb geen woorden om mijn gevoel van 'alleen over' goed te beschrijven, want ik ben niet alleen. Het kind in mij is dat wel want dat voelt zich zweesus (wees zonder zusje) ook al woont ze nog in hetzelfde huis. Het huis heeft geen dak en er is een lege kamer. Het heeft een stoffige zolder en een gevulde kelder. De kern van het huis is intact gebleven. Het is een gevuld huis met een liefdevol hart. Een hart dat kan geven en dat kan ontvangen. Het huis staat weer stevig op zijn plek. Het is weer geaard, het de stevige grond weer teruggevonden. Het is een huis met geschiedenis, maar ook met een heden. Het is geleefd, heeft beleefd en is gebleven. Het is een levend huis. Het is een huis met een kloppend hart.





107 keer bekeken
This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now